Linsey

Bijbaantjes na je afstuderen zijn slecht voor carrière

Gepubliceerd op 3514

Het is niet ongebruikelijk om na je studie nog even te besluiten om een jaartje bij te komen van alle heisa omtrent tentamens, papers en scripties. Dan blijf je toch nog even in dat restaurant werken of ga je als barista in de Starbucks aan de slag. Je vindt het werk leuk en je krijgt zo even de tijd om te bedenken wat je nu écht wilt doen. Prima, toch?

 

Of valt dat wel mee? Onderzoek uit de Verenigde Staten toonde namelijk aan dat bijbaantjes, hier gedefinieerd als een baan waar geen opleiding voor nodig is, moeilijk aan te ontsnappen zijn als je daar eenmaal aan begint. 4 op de 10 van pas-afgestudeerden werken in een baan onder hun niveau en van deze starters zal ongeveer twee-derde hier 5 jaar later nog steeds werken. Kijken we naar 10 jaar van nu, dan is 3 op de 4 van deze groep overgekwalificeerd voor het werk dat ze doen.

 

Nog schokkender is, is dat starters die een bijbaan aannemen na het afstuderen 5 keer zoveel kans maken om daar te blijven plakken dan starters die een baan aannemen waarvoor een opleiding is vereist. Ook in België toont soortgelijk onderzoek aan dat als starters een baan onder niveau accepteren, zij hier vaak in blijven hangen. De helft van deze groep kost het bijna 10 jaar om de schade in te kunnen halen voor hun verdere carrière! Dat terwijl, als zij 3 maanden hadden gewacht, zij wél een baan op niveau hadden kunnen vinden.

 

Maar is het solliciteren op banen ‘onder niveau’ eigenlijk wel zo vreemd? De afgelopen paar jaar hadden we te maken met een ruime arbeidsmarkt en na de crisis zaten veel afgestudeerden zonder baan. Daar komt bij kijken dat studenten hebben gekozen voor een studie die zij ‘leuk’ vinden in plaats van een studie met een goed arbeidsperspectief, stelt arbeidsmarktonderzoeker Didier Fouarge.

 

Met sombere perspectieven in het vooruitzicht is het niet vreemd om dan maar ‘elke’ baan te accepteren om geld te kunnen verdienen.