Linsey

Voltijdbaan zorgt voor promotie bij vrouwen

Gepubliceerd op 764

Ruim zes op de tien vrouwen is op dit moment aan het werk, dit is een halve vrouw meer dan in 2003. Maar het aantal vrouwen dat fulltime werkt is verwaarloosbaar: slechts 26 procent van werkende vrouwen heeft een voltijdbaan. Nederland is daarmee kampioen deeltijd werken; bijna de helft van de Nederlanders werkt in deeltijd tegenover een gemiddelde van 19,9 procent in Europa. Daar komt zelfs nog bij dat veel vrouwen na hun studie aan de universiteit (deels ongewild) terecht komen in parttime posities. Bijna de helft van de vrouwen tot 25 jaar zou graag meer uren willen draaien, bij vrouwen tussen de 26 en 30 jaar is dit een kwart.
 

Bekijk hier Senior vacatures

En het is juist een fulltime baan die de kans vergroot op een hoge positie op het werk. Barbara Baarsma, directeur Kennisontwikkeling bij de Rabobank en hoogleraar marktwerking bij de UvA, zegt dat je pas voor een toppositie in aanmerking komt met jarenlange ervaring in een voltijdbaan en tevens de bereidheid om fulltime aan de slag te gaan. Hoewel vrouwen hoger opgeleid zijn dan mannen, vertaalt dit zich niet altijd naar een betere arbeidspositie.


Deels is dit te wijten aan de beroepen die vrouwen uitoefenen. In de zorg en kinderopvang wordt bijvoorbeeld vaak een maximum van 32 uur gehanteerd, omdat het werk anders fysiek te zwaar zou zijn. Doodzonde als vrouwen aangeven wel meer te wíllen werken.
 

Daarnaast vindt bijna de helft van de mannelijke bevolking dat vrouwen beter zijn in het zorgen voor kinderen. Sterker nog – bijna 20 procent van de hele bevolking vindt zelfs dat Nederlandse vrouwen helemaal niet moeten werken als ze kleine kinderen hebben! Minder werken is natuurlijk prima, maar dit duwt vrouwen in een behoorlijk kwetsbare positie als hun relatie stukloopt. Dat is een reëel scenario: de kans op scheiden is namelijk 40 procent. Vrouwen moeten dus meer uren werken om hun economische zelfstandigheid te garanderen. 60 procent van vrouwen was in 2016 financieel onafhankelijk van hun partner of de overheid, tegenover 80 procent van de mannen. Dit percentage geldt echter als gemiddelde, onder laagopgeleide vrouwen is dit percentage namelijk slechts een kwart.
 

Niet alleen zijn stereotypes en beroepen de boosdoener, ook de recessie heeft meegespeeld in de matige arbeidspositie van vrouwen. Vooral de arbeidsperiode tussen 2010 en 2014 was erg slecht, waardoor jongeren (waaronder vrouwen) kozen voor elke willekeurige baan, zelfs al bood deze minder uren. Voor moeders die opnieuw wilden toetreden tot de arbeidsmarkt bleek het moeilijk om een baan te vinden.

De economie is inmiddels weer aangetrokken met een krappe arbeidsmarkt tot gevolg, 1.3 miljoen banen kunnen in 2019 mogelijk niet vervuld kunnen worden. Vrouwen kunnen zeker meer werken, mits zij een baan vinden waar dit mogelijk wordt gemaakt.