Inke Bergsma

Nauwelijks meer vrouwen aan het werk

Gepubliceerd op 712

Het aandeel vrouwen met betaald werk is in de afgelopen twee jaar niet gegroeid. Van de vrouwen tussen 20 - 64 jaar heeft 71 procent een baan. Onder sommige groepen is zelfs een daling zichtbaar in het aantal werkenden. ​

Economische crisis

De economische crisis ligt volgens onderzoekers ten grondslag aan de 'tegenvallende' cijfers.  De werkeloosheid steeg in die periode en het was dus moeilijker om een baan te vinden, ook voor vrouwen. Uit de tweejaarlijkse emancipatiemonitor van Het SCP en CBS blijkt dat onder drie groepen het aantal werkenden zelfs daalt: dit geldt voor laagopgeleide vrouwen, alleenstaande moeders en voor vrouwen met een niet-westerse achtergrond. 

Verschil mannen en vrouwen neemt af

Opvallend is dat het verschil tussen de hoeveelheid mannen en vrouwen die een baan hebben toch afneemt. Dat komt omdat relatief meer mannen dan vrouwen hun baan verloren tijdens de crisis. "Maar dat is niet de bedoeling. De bedoeling is dat het verschil wordt ingelopen omdat meer vrouwen gaan werken", aldus onderzoeker Wil Portegijs.

Mannen verdienen meer

De vrouwenemancipatie verloopt volgens de onderzoekers de laatste jaren maar langzaam. Vrouwen werken nog altijd veel meer in deeltijd dan mannen. Vrouwen werken nu gemiddeld 26,6 uur per week, bij mannen is dit 37,7 uur. 

Daarbij verdienen vrouwen nog altijd minder dan mannen, al loopt dat verschil wel terug. In het bedrijfsleven verdient de vrouw bijna 20 procent minder dan de man. De rijksoverheid geeft het goede voorbeeld: hier is het uurloon 'maar' 10 procent lager.  Een verschil dat volgens de onderzoekers niet heel zorgewekkend is. "Een groot deel van het loonverschil hangt samen met verschillen in werkervaring, opleiding en leidinggeven." Iets dat door jonge vrouwen enorm wordt ingelopen op het moment. 

Economische zelfstandig

De overheid wil vrouwen meer economisch zelfstandig maken. Nu is 54 procent van de vrouwen economisch zelfstandig. Het grote verschil tussen de man en vrouw is vooral terug te zien bij een scheiding. Vrouwen die scheiden verliezen maar liefst 25 procent koopkracht, bij mannen is dat een nietige 0,2 procent.