Carrièretips & nieuws

Inke Bergsma

4 vragen over werken bij hitte

Gepubliceerd op

Het is code geel in Nederland! Het is zo warm in Nederland dat het KNMI een waarschuwing heeft uitgegeven wegens een aangesloten periode van minimaal 4 dagen met maximumtemperaturen boven de 27 graden. Sinds gister is dan ook het nationaal hitteplan van kracht. Hoewel werken in de zomer heerlijk kan zijn, is het natuurlijk wel oppassen wanneer de temperaturen zo hoog oplopen. Wat kan je in deze hitte nou als werkgever doen om het je werknemers zo aangenaam mogelijk te maken? Wij geven de oplossingen aan de hand van vier vragen.

 

1. Wie lopen er risico met warm weer?

Extra last van warmte kunnen hebben: zwangeren, mensen met longaandoeningen (cara), mensen met hartaandoeningen en personen die medicijnen tegen hoge bloeddruk gebruiken kunnen extra last van warmte hebben. Bovendien zijn beroepen waar extra veel concentratie is verreist een grotere risicofactor. Denk hierbij aan: openbaar vervoer, bewaking/beveiliging, werken op hoogte et cetera. Bij warmte loopt het concentratievermogen terug, waardoor het kans op een ongeval juist toe neemt.  Daarbij zijn er natuurlijk ook werknemers die op een arbeidsplaats te maken kunnen krijgen met extra hoge temperaturen. Te denken is hierbij aan: glasindustrie, de papierindustrie en de staalindustrie. Maar ook buiten de kunnen de temperaturen ernstig toenemen bij bijvoorbeeld bouwvakkers, of werknemers in de argrarische sector. 

 

2. Wat zegt de wet eigenlijk over werken in de hitte?

Artikel 6.1 Arbobesluit bepaalt dat de temperatuur op de werkplek niet nadelig mag zijn voor de gezondheid van de werknemer. De exacte temperaturen waarbij gewerkt mag worden, zijn in deze wet (helaas) niet meegenomen. Wel staat er vermeld dat werkgevers er alles aan moeten doen om gezondheidsklachten en -schade te voorkomen. Wanneer werken bij een hoge temperatuur door de werkgever echt niet voorkomen kan worden, dan moet de werkgever nagaan of het werken op een dag met zoveel warmte wel echt noodzakelijk is. Ook kan de werkgever besluiten de werkdagen anders in te delen, door bijvoorbeeld de duur van werkzaamheden in de warmte te verkorten of werkzaamheden af te wisselen met werk op een koelere plek. 

 

3. Hoe zit dat in kantoren en in kleine werklokalen? 

Er bestaan enkele vuistregels om te controleren of het niet te warm is om werk te verrichten op jouw werkplek:

 

  • In de zomer is de ideale temperatuur tussen de 23 en 26˚C.

  • Bij temperaturen boven de 26˚C is er sprake van een extra lichamelijke belasting en behoort men na te denken over maatregelen.

  • Voor licht fysiek kantoorwerk geldt een maximum van 28˚C.

  • Voor intensief lichamelijk inspannend werk geldt een maximum van 26˚C. Mits er een duidelijk voelbare luchtstroom is. Zonder voelbare luchtstroom mag het niet warmer zijn dan 25˚C.

  • Voor zeer lichamelijk inspannend werk geldt een maximum van 25˚C. Mits er een voelbare luchtstroom is. Anders mag het niet warmer dan 23˚C zijn

 

4. Leuk en aardig al die info, maar welke maatregel kunnen we nemen?

De belangrijkste vraag is natuurlijk wat we kunnen doen om de warmte zo ver mogelijk in te perken en te verwerken op onze werkplekken. Één van de belangrijkste dingen is om warmteproducerende apparaten zo veel mogelijk in een aparte (geïsoleerde) ruimte te zetten. Verder is het belangrijk dat een werkgever overlegt met zijn werknemers over mogelijke maatregelen, zodat duidelijk wordt waar het grootste probleem vandaan komt en hoe deze warmtebron opgelost kan worden. Enkele maatregelen die verder erg effectief zijn:

  • gloeilampen vervangen door energiezuinige LED-verlichting

  • zonwering toepassen (buitenzonwering is effectiever dan binnenzonwering)

  • met ventilatoren de luchtsnelheid verhogen

  • zware lichamelijke inspanning vermijden, verminderen of uitstellen

  • platte daken natmaken (en houden)

  • tropenrooster invoeren

  • werktijd verkorten

  • extra pauzes inlassen

  • luchtige droge kleding dragen, liefst van katoen

  • veel drinken (géén alcohol!)

  • zorgen dat het zoutgehalte in het lichaam op peil blijft