Carrièretips & nieuws

Inke Bergsma

Rijksoverheid geeft goede voorbeeld met aantal Topvrouwen

Gepubliceerd op

Goede reclame voor de rijksoverheid als werkgever: 31 procent van de topambtenaren is vrouw. Daarmee is het streefcijfer van 30 procent, zoals vastgelegd in het Regeerakkoord, ruim op tijd gehaald. Dat blijkt uit uit een rapport over de bedrijfsvoering van het Rijk dat minister Blok (Wonen en Rijksdienst, VVD) in het kader van Verantwoordingsdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

 

Wel verschillen de carrièrekansen van vrouwen nogal per departement. Er werken veel vrouwen in de top van de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (44 procent) en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (40 procent), maar een stuk minder bij Defensie (9 procent) en Economische Zaken (17 procent).

 

Dat komt doordat „de historie van de diverse ministeries verschilt”, laat Loes Mulder, de directeur-generaal van de Algemene Bestuursdienst (ABD) per mail weten. De ABD is verantwoordelijk voor de werving en selectie van topambtenaren. Maar aangezien topambtenaren kunnen overstappen van het ene naar het andere departement, verwacht Mulder dat de verschillen „in de loop van de tijd” zullen afnemen.

 

Sandra Lutchman, directeur van de Stichting Talent naar de Top, kan zich voorstellen dat het lastiger is voor departementen waar van oudsher weinig vrouwen werken, zoals Defensie, om aan het streefcijfer van 30 procent te voldoen. Die hebben „dus nog een weg te gaan”.

Beter dan bedrijfsleven

Het aantal topvrouwen bij de rijksoverheid lijkt in groot contrast te staan met dat in het bedrijfsleven. Er zijn 4.900 bedrijven die óók moeten voldoen aan een wettelijk streefcijfer van 30 procent vrouwen (in de raden van bestuur en raden van commissarissen), maar die zijn daar nog lang niet. Volgens een grote steekproef, is bijna 10 procent van de bestuurders en ruim 11 procent van de commissarissen vrouw. „Voorop staat dat je het echt moet willen”, schrijft Mulder in haar mail.

 

Het is volgens Lutchman inderdaad al „de helft van de winst” dat de ABD onder leiding van Mulder „heel bewust” streeft naar meer vrouwelijke topambtenaren. Maar stellen dat het bedrijfsleven achterloopt op de rijksoverheid, is „appels met peren vergelijken”. Elf departementen kunnen niet worden afgezet tegen 4.900 bedrijven. En onder de bedrijven die het Charter Talent naar de Top hebben ondertekend (dat hebben alle ministeries intussen ook gedaan), zijn er die het „minstens evengoed” doen.

 

Daarnaast vermoedt Lutchman dat de rijksoverheid vaker flexibele werktijden biedt dan het bedrijfsleven. „Bedrijven zonder een enorme aanwezigheidscultuur tussen negen en vijf, maar waar je ook ’s avonds om acht uur nog even je laptop kunt openklappen of kunt thuiswerken, weten vrouwen beter aan zich te binden.”

 

Daardoor is het, voegt hoofdeconoom van het CBS Peter van Mulligen toe, bij de overheid wellicht ook makkelijker voor vrouwen om voltijds te werken. Dat laten CBS-cijfers zien: van de 199.000 vrouwen die in 2014 bij de (hele) overheid werkten, deed ruim 41 procent dat fulltime. Dat is bijna twee keer zoveel als gemiddeld. Een toppositie en een voltijdbaan gaan meestal samen. Je mag dan ook verwachten, zegt Van Mulligen, dat hoe meer vrouwen ergens in voltijd werken, hoe meer vrouwen daar een hoge positie vervullen.