Carrièretips & nieuws

Capteur

Groeiende kloof tussen laag- en hoogopgeleiden

Gepubliceerd op

De laagopgeleiden zullen ook wat betreft werkloosheid en armoede verder achterop raken als er niets veranderd. Dat schrijven het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en Cultureel Planbureau (SCP) in een rapport.
 
In Nederland hebben ruim twee miljoen werkenden en werkzoekenden maximaal een vmbo- of mbo 1-diploma gehaald. Van hen heeft een groot deel het moeilijk op de arbeidsmarkt. Het risico op werkloosheid is voor hen 1,5 keer groter dan gemiddeld en ze hebben vaker dan anderen een onzekere, laagbetaalde baan.
 
Zoals gezegd liepen de verschillen in uurloon in de afgelopen 25 jaar al verder uiteen. Laagopgeleiden zagen hun uurloon in de periode van 1990 tot 2005 vrijwel gelijk blijven op 17 euro bruto, gecorrigeerd voor inflatie. Ondertussen steeg het uurloon van hoogopgeleiden van 24 euro naar 31 euro bruto. Na 2005 nam het loonverschil niet verder toe, blijkt uit de cijfers van het CBS en SCP, maar de laagopgeleiden waren wel in het nadeel bij de opkomst van bijvoorbeeld flexcontracten en onzeker werk.
 
Op basis van berekeningen wordt verwacht dat de kloof tussen de opleidingsniveaus de komende jaren groter wordt. Ook in de werkloosheidsramingen is een groter wordende kloof te zien en daardoor neemt ook de armoede onder laagopgeleiden toe.
 
Volgens het CBS en het SCP kan de overheid wel maatregelen nemen om het toenemen van de verschillen te voorkomen: bijvoorbeeld door het minimumloon sterk te laten stijgen om de vraag van werkgevers naar laagopgeleiden te stimuleren, door scholing van laagopgeleiden te bevorderen en/of door laaggeschoolde taken uit hooggeschoold werk af te splitsen, zodat er meer banen voor laagopgeleiden ontstaan.