Carrièretips & nieuws

Capteur

‘Vrouw krijgt te weinig werkprikkels’

Gepubliceerd op

“Dat in Nederland zoveel vrouwen parttime werken zorgt voor een lage arbeidsproductiviteit en dat leidt tot minder economische groei. Dat is een zwakte van de Nederlandse economie. De groei in Nederland is lager dan in driekwart van de andere geïndustrialiseerde landen”, aldus Leterme.
 
Volgens Justine Ruitenberg en Paul de Beer, beiden verbonden aan het Amsterdams Instituut voor Arbeidsstudies (UvA), maakt Leterme in deze analyse twee denkfouten:
Als er veel mensen in deeltijd werken is de gemiddelde jaarlijkse productie per werkende natuurlijk lager. De arbeidsproductiviteit wordt echter per gewerkt uur gemeten en die behoort in Nederland al decennia tot de hoogste van de wereld.
 
Bovendien, zo stellen Ruitenberg en De Beer, is de totale omvang van de productie niet hetzelfde als economische groei: Nederland zou meer produceren als iedere deeltijder voltijds zou werken, maar de jaarlijkse groei van de economie hangt af van de productiviteitsontwikkeling en de werkgelegenheidsgroei.
 
De afgelopen decennia lag het tempo van de groei precies op het Europese gemiddelde. Dat de groei de laatste jaren geringer is, komt niet door het grote aantal deeltijders, zo leggen Ruitenberg en De Beer uit, maar door factoren als de crisis op de huizenmarkt en onzekerheid over pensioenen.
 
Of deeltijdwerk voor vrouwen, in het bijzonder voor moeders, een vrijwillige keuze is, is volgens Ruitenberg en De Beer afhankelijk van wat je onder vrijwillig verstaat: “Ruim de helft van de Nederlandse moeders werkt het aantal uren dat ze wil werken. In andere moderne landen is dat eerder een derde. Moeders willen graag in deeltijd werken en de Nederlandse sociale instituties maken dit mogelijk en/of nodig, zoals de arbeidswetgeving, gezinsvriendelijke arrangementen in collectieve arbeidsovereenkomsten en de openingstijden van scholen. Ook informele sociale normen zijn gericht op deeltijdwerk. Niet in deeltijd werken ligt voor Nederlandse moeders minder voor de hand. Dat geldt zowel voor de thuisblijfoptie als voor de voltijdoptie. De sociale omgeving is dan vaak minder mild: ‘zonde van je studie’ of ‘vijf dagen werken én kinderen, dat is absurd’. “
 
Ruitenberg en De Beer zijn van mening dat het financiële motief een rol speelt in het feit dat toch niet alle Nederlandse vrouwen voor deeltijdwerk kiezen: de kans is groot dat een moeder meer uren werkt als ze geen partner heeft of als ze meer verdient dan haar partner. Daarnaast werkt dertig procent van de moeders ook terwijl het financieel niet nodig is, bijvoorbeeld om economisch zelfstandig te zijn.
 
Volgens Ruitenberg en De Beer voelen relatief weinig Nederlandse moeders zich door hun partners, bazen en/of collega’s maximaal gestimuleerd in hun carrière. Als deze Nederlandse moeders die ondersteuning wel ervaren, willen zij meer uren werken.
 
Ruitenberg en De Beer zijn van mening dat de aarzeling van Leterme over de vrijwilligheid van de deeltijdkeuze door Nederlandse moeders op zijn plaats is in de zin dat de individuele wensen diep sociaal geworteld zijn. Volgens Ruitenberg en De Beer zouden werkgevers, om de vanzelfsprekende ‘keuze’ voor deeltijdwerk te doorbreken, moeders actief moeten stimuleren het beste uit zichzelf te halen en voor vaders de keuze voor deeltijdwerk vrij te maken. “Dergelijke persoonlijke interacties kunnen een creatief en transformerend effect hebben en de genderspecifieke aard van de sociale orde openbreken,” aldus Ruitenberg en De Beer.
 
 
Bron: Dagblad van het Noorden